De diagnose

diagnose van de ziekte van Lyme

Na een tekenbeet

Als er sprake is van een tekenbeet en er wordt een rode ring(erythema migrans, afgekort EM) waargenomen, is dat het bewijs dat er sprake is van een Borrelia besmetting d.w.z. de diagnose van de ziekte van Lyme kan worden gesteld. In deze situatie is verder onderzoek overbodig en zal direct overgegaan worden tot behandeling. Als de arts twijfelt of er sprake is van een EM kan via een huidbiopt (weefselmonster van enkele mm doorsnee van de rand van de EM) en PCR meer zekerheid verkregen worden. Een PCR test op huidbiopt is zeer gevoelig, deze optie is echter vrij onbekend en niet algemeen beschikbaar; een negatieve test kan besmetting niet uitsluiten.

In het algemeen heeft het geen zin om u te laten testen als u door een teek gebeten bent en geen verdachte symptomen opmerkt. Het heeft zeker geen zin om vlak na een tekenbeet onderzoek te doen naar antilichamen in het bloed. Het lichaam heeft voldoende tijd nodig om antilichamen aan te maken. Voor de standaard bloedtesten zoals Elisa en Western Blot duurt dit minimaal 3-6 weken. Er bestaan andere testen die in principe wél in een vroeg stadium gebruikt kunnen worden zoals PCR (-sequencing) en diverse cellulaire testen die in ontwikkeling zijn; deze testen zijn echter niet algemeen beschikbaar, ze worden meestal niet vergoed en de testuitslag wordt ook niet altijd erkend.

Na het ontstaan van klachten

De betrouwbaarheid van de huidige testen (Elisa/Western Blot) is verre van optimaal. Door gebruik van andere testmethodes in aanvulling op of in plaats van een standaard bloedtest, kunt u meer zekerheid krijgen, maar een negatief testresultaat geeft nooit garantie dat u niet besmet bent. In geval van twijfel moeten de symptomen en niet de testuitslag de doorslag geven. Het is lastiger als iemand geen weet heeft gehad van een tekenbeet en/of er is geen EM waargenomen. In zeker 50% van alle Borrelia besmettingen is er geen EM opgetreden of gezien. In dat geval kunnen er, snel na een beet maar ook jaren erna, klachten optreden. In die situatie is het vele malen lastiger een sluitende diagnose te stellen.

Diagnostiek

Er bestaan geen testen die absolute duidelijkheid kunnen geven. De standaard bloedtesten voor Lyme hebben diverse fundamentele problemen. Vooral in de eerste weken/maanden na besmetting zijn ze relatief ongevoelig en wordt een meerderheid van de infecties gemist. In latere stadia van de ziekte wordt degevoeligheid meestal beter, maar dan neemt ook het risico toe dat de behandeling niet meer goed werkt en de ziekte chronisch wordt. Ook in een later stadium kan door diverse redenen de bloedtest ten onrechte een negatief resultaat geven (zie onder). Ook over de betekenis van een positieve testuitslag is discussie mogelijk. Directe testen zoals PCR zijn niet afhankelijk van de immuunreactie van de patiënt maar deze testen hebben vaak weer andere beperkingen. De diagnose van de ziekte van Lyme zou gebaseerd moeten zijn op de ziektegeschiedenis en de symptomen. De resultaten van testen zouden gebruikt moeten worden ter ondersteuning van de diagnose.

Testen

Hieronder worden een aantal testen besproken:

Elisa en Westernblot

De meest gebruikte tests zijn de Elisa (of EIA, ongeveer hetzelfde) en deWesternblot (of immunoblot). In de Nederlandse praktijk wordt de Westernblotvoornamelijk uitgevoerd ter controle van een positieve Elisa test (een negatieve Elisa wordt niet verder – ten onterechte – gecontroleerd). De combinatie van Elisa en Westernblot wordt aangeduid als ‘tweestaps protocol’; dit is in de meeste Westerse landen de officiële manier voor aantonen van de ziekte van Lyme. Bij deze testen zoekt men naar antilichamen tegen Borrelia in het bloed van de patient. De antilichamen verschijnen pas enige tijd na de infectie (eerst IgM, later IgG) en zijn na minimaal 3-6 weken redelijk betrouwbaar te meten; testen kort na infectie heeft dus geen zin. Om allerlei redenen is het mogelijk dat – ook in een later stadium van de ziekte – er ondanks aanwezigheid van Borrelia onvoldoende antilichamen aanwezig of meetbaar zijn. Aanwezigheid van IgM antistoffen tegen Borrelia kan onder bepaalde omstandigheden een aanwijzing zijn voor een recente/actieve infectie. Anderzijds kunnen de antilichamen (met name IgG) nog jarenlang aanwezig blijven ook als de patiënt al volledig hersteld is van de ziekte. Op basis van een positieve test kan men dus niet met zekerheid zeggen of de infectie nog aanwezig is en een negatieve test sluit de ziekte niet uit.

‘Loterij’

Van zowel Elisa als Westernblot testen zijn er talloze varianten in omloop, met verschillende eigenschappen. Testresultaten worden soms ook nog door verschillende labs op een andere manier geïnterpreteerd. Patiënt en aanvragend arts krijgen lang niet altijd te horen welke test gebruikt is en wat de exacte uitkomst was (meestal alleen de conclusie, ‘positief’ of ‘negatief’). Ook de labs zelf weten niet altijd hoe hun eigen testen presteren. Dit zorgt er – naast niet te voorkomen technische beperkingen – voor dat de antistoffen testen een ware ‘loterij’ voor de patiënt worden. Duidelijk is dat de antistoffentesten in de eerste maanden na infectie een meerderheid (60-70%) van de infecties missen; maar ook in de latere fase van Lyme komen fout-negatieve uitslagen regelmatig voor.Helaas hebben de ‘deskundigen’ vooral oog voor het risico op fout-positieve testresultaten; bij recente testen is de kans hierop doorgaans vrij klein (1-5%?). Enkele mogelijke oorzaken van een foutief negatieve uitslag bij antistoffentesten:

  • Recente tekenbeet, antistoffen zijn nog niet aangemaakt
  • Onvoldoende vrije antilichamen meetbaar als gevolg van binding in immuuncomplexen
  • Door verstoring van immuunsysteem worden geen antistoffen aangemaakt als gevolg van bijvoorbeeld andere ziekte of afwijkende HLA genen
  • Recent antibioticagebruik of medicijnen die de afweer onderdrukken zoals corticosteroïden
  • Er is sprake van een andere Borrelia stam, waarvoor de test niet geschikt is
  • Bacterie zit diep in het weefsel c.q. zenuwstelsel of is ingekapseld
  • Testresultaten worden verkeerd beoordeeld bijvoorbeeld als gevolg van foute referentiewaarden of te stricte interpretatie criteria
  • Onvoldoende gevoeligheid van de testen. (De gevoeligheid is in de praktijk vaak veel lager dan fabrikanten beweren)

PCR test

PCR (Polymerase Chain Reaction) is een algemene aanduiding voor testen waarbij DNA van de Borrelia bacterie wordt aangetoond in een monster van de patiënt (bijv. biopt, bloed of urine). Door de PCR reactie wordt een minieme hoeveelheid Borrelia DNA in het monster extreem vermenigvuldigd, waardoor het gedetecteerd kan worden. PCR is een directe test, die in tegenstelling tot de traditionele serologische testen, ook werkt als bijvoorbeeld de afweer van de patiënt niet in orde is en die geen ‘wachttijd’ van weken/maanden heeft vanaf het moment van infectie. Een positieve PCR uitslag is een ondubbelzinnig bewijs van infectie met Borrelia, mits de testprocedure in alle opzichten in orde is.

LTT

De LTT (Lymphocyte Transformation Test) is net als de standaard serologische testen een indirecte test die gebaseerd is op de afweerreactie van ons lichaam tegen de Borrelia bacterie. Testen zoals Elisa en Western blot meten de reactie van de humorale afweer (antilichamen) op blootstelling aan Borrelia, terwijl de LTT test baseert op de cellulaire afweer, de reactie van bepaalde afweercellen (T-lymfocyten) uit het bloed van de patiënt op blootstelling aan Borrelia antigenen. Deze testen zijn nuttig omdat het een ander – maar niet helemaal onafhankelijk – deel van de afweer betreft dan bij de standaard serologie. De LTT zou kunnen aangeven of er sprake is van recente blootstelling van de afweercellen aan Borrelia, d.w.z. een actieve infectie. De test is geschikt als aanvullende test in geval van seronegativiteit met verdachte symptomen, om een indicatie te krijgen of bij chronische ziekte is sprake is van actieve infectie en om het verloop van een behandeling te volgen.

CD57 test

Deze test meet via antigenen het aantal CD57 lymfocyten, een bepaald soortbloedcellen die helpen om infecties op te ruimen. Met name chronische Lymepatiënten zouden een laag aantal CD57 cellen hebben en bij antibiotica behandeling en herstel van de ziekte zou dit aantal weer omhoog gaan, tenminste volgens sommige ILADS artsen. Ook bij diverse heel andere ziektes kan het aantal CD57 cellen echter verlaagd zijn en er zijn ook chronische lyme patiënten die wél een normale of zelfs hoge CD57 score hebben. Het is dus niet terecht om de CD57 test een ‘Lyme test’ te noemen. De test heeft beperkte waarde voor Lyme diagnostiek en wordt in Nederland weinig gebruikt.

Samenvattend


Geen enkele lymetest geeft absolute duidelijkheid en testresultaten zijn soms moeilijk te beoordelen. Zelfs als er goede testprocedures worden gebruikt, kan de uitkomst nog onterecht negatief zijn. Met name bij de antistoffentesten hoeft een positieve test nog niet te betekenen dat de patiënt ziek/besmet is.
Lees voor meer over testen en testproblematiek in Waarom is er geen betrouwbare test voor de ziekte van Lyme? door Niek Haak.

Meer informatie over enkele laboratoria voor o.a. Lyme diagnostiek

http://prohealth.nl/onderzoeken-op-ziekte-van-lyme/ Standaard en uitgebreid lyme onderzoek in Nederland en Duitsland, daarnaast ook op co-infecties.
http://www.arminlabs.com ArminLabs GmbH voor (bloed)onderzoek tekenbeetziekten, Augsburg Duitsland
http://www.imd-berlin.de/spezielle-kompetenzen/borreliose.html Testen in Duitsland, Berlijn
http://www.infectolab.de/ Lab BCA-clinic Betriebs GmbH & Co. KG (www.b-c-a.de),  Augsburg.

Lees verder over de behandeling.

Facebook reacties
%d bloggers liken dit: